Ik kan niet beslissen of vandaag nu een random crappy dag is of dat ik vandaag net leuk vind omdát het zo’n vreemde dag is. En ik bedoel niet dat er allemaal vreemde/crappy dingen gebeuren, maar ik heb het eerder over mijn stemming. Ik heb weer zo het “testbeeld, maar dan functioneler”-gevoel.
Ik ben een beetje cranky, maar ik denk dat het komt omdat ik niet zo vast heb geslapen. Om 4u ’s ochtends kreeg ik sms’en, en om half 9 besloot de kotbaas de gang te stofzuigen en daarbij belachelijk veel lawaai te maken, en ik dacht bij mezelf: “Can’t a girl get a decent night’s sleep in this place?”
Het fijne aan dit gevoel is dan weer dat ik blij ben op m’n eentje. Ik krijg in deze stemming vaak amateuristische kunstzinnige ingevingen en ik denk veel te hard na over alles. Zo kom ik af en toe wel bij iets plezierigs of interessants uit, maar meestal eindig ik gewoon bij een conclusie in de trend van “dus eigenlijk is alles simpelweg gemaakt om veranderd te worden.”
Het valt me wel op dat ik in de zomer nooit in deze stemming ben. Net alsof de voorwaarde om dit gevoel te hebben is dat je een sjaal moet aanhebben en dat het fris moet zijn buiten. Ofzo.
Bij zo’n dag hoort een portie Anna Enquist:
Tuin, water, tuin
[1]
Toch is hij gekomen. De bomen
heffen weer stom hun armen,
paddestoelen liggen als schuim
op het gras. Ik lach erom.
Ijzig vocht kruipt in de kamers.
Hij scharrelt in de tuin, fluit
een lied tussen zijn tanden,
het weerklinkt als in een kerk.
Hij prent zich de lege gevel in,
hij leunt tegen de schuur. Hij
steekt nog eens op en wacht.
(Hmmm, om de één of andere reden leest dit gedicht helemaal anders in de bundel dan op een scherm. Hier overtuigt het niet zo.)
Posted in Random
Tags: Anna Enquist, dagverslag, geklaag, poëzie, testbeeld
Recent Comments